Geel

Situatie op de afdeling/groep

De invultool geeft code geel aan, dat betekent dat:

  • het resultaat van de formule kleiner is dan 1/3

en

  • er meer dan 2 isoleerbare zieke cliënten aanwezig zijn op de afdeling / groep

  en

  • er geen niet-isoleerbare zieke cliënten aanwezig zijn

Opheffen code geel

  • Code geel:
    • kan niet overgaan naar code grijs
    • gaat, zodra de invultool dat aangeeft, over in code oranje. Dan is het resultaat van de formule kleiner dan 1/3 en zijn er max 2 niet-isoleerbare zieke cliënten 
    • gaat zodra de invultool dat aangeeft over in code rood. Dan is het resultaat van de formule groter dan 1/3 en/of zijn er  meer dan 2 niet-isoleerbare zieke cliënten 
    • wordt opgeheven als alle cliënten klinisch hersteld zijn.
      Let op; wanneer het aantal zieken afneemt, mag de kleurcode dus niet afgeschaald worden naar code grijs.

Maatregelen

Algemene voorzorgsmaatregelen

Houd de algemene voorzorgsmaatregelen aan:

  • Draag altijd een chirurgisch mondneusmasker type IIR bij verkoudheidsklachten zoals hoesten of een loopneus. Indien gewenst mag je ook een FFP1/FFP2 masker dragen
  • Pas op de juiste momenten handhygiëne toe volgens het “protocol handhygiëne”
  • Houd de persoonlijke hygiënemaatregelen volgens “protocol persoonlijke hygiëne” aan zoals geen handsieraden dragen en lange haren opgestoken

Vaststellen diagnose virale luchtweginfectie ofwel zieke cliënt

We spreken in dit draaiboek over een zieke cliënt als de cliënt voldoet aan onderstaande definiëring:

  • Acuut (net opkomend) begin van symptomen (andere waarschijnlijkheids diagnoses uitgesloten)

EN

  • Minimaal 1 van de volgende 3 symptomen:
    • Hoesten
    • Zere keel
    • Benauwdheid / kortademigheid / zuurstof afhankelijk terwijl dat normaal niet zo is

EN

  • Minimaal 1 van de volgende 3 symptomen:
    • Koorts of koortsachtig gevoel
    • Malaise (aspecifieke symptomen zoals vermoeidheid, lusteloosheid, zwakte en “niet-lekker” gevoel)
    • Hoofdpijn
    • Spierpijn

Extra maatregelen en verantwoordelijkheden

Direct na constatering van kleurcode geel voor de afdeling/groep is de leidinggevende van de betreffende afdeling/groep verantwoordelijk voor de volgende actie: 

  • Het melden van code geel aan de deskundige infectiepreventie.
  • Het plaatsen van de “Deurkaart afdeling/groep code geel” op alle toegangsdeuren/toegangsliften van de afdeling/groep
  • Het (laten) bijhouden van een registratie van zieke cliënten en medewerkers volgens de  “Registratielijst zieken”
  • Het dagelijks toesturen van de ingevulde “Registratielijst zieken” aan de deskundige infectiepreventie
  • Het informeren van de SO of andere medisch verantwoordelijke van de locatie over de situatie
  • Het per dienst (laten) aanstellen van een Chef uitbraak. Hanteer ten aanzien van de taken en verantwoordelijkheden de instructies zoals beschreven in het document “Taken Chef uitbraak” en “Checklist Chef uitbraak”
  • Het dagelijks invullen van de invultool en bij resultaat oranje of rood overgaan naar de betreffende kleurcode. Afschalen naar code grijs is niet mogelijk
  • Brengt contacten van de afgelopen dagen voorafgaand aan de uitbraak op de hoogte zoals overgeplaatste cliënten, kapper, pedicure en activiteitenbegeleiders. 

Maatregelen communicatie

  • Informeer cliënten en/of eerste contactpersonen over de stand van zaken middels “Bericht code geel”
  • De zorg informeert de eerste contactpersoon over het feit dat zijn/haar naaste ziek is.

Bewegingsvrijheid medewerkers

  • Zet bij voorkeur geen medewerkers elders in die risico-contact hebben gehad. 

Maatregelen niet zieke cliënt

  • De niet zieke cliënt mag de kamer verlaten
  • Niet zieke cliënten (die uiteraard geen symptomen hebben) mogen de afdeling/groep verlaten en deelnemen aan activiteiten 

Maatregelen zieke isoleerbare cliënt

  • De zieke isoleerbare cliënt blijft op de kamer
  • Bevestig de “Deurkaart isolatiekamer” op de binnen- en buitenkant van de isolatiekamerdeur
  • Houd het, op de deurkaart omschreven gebruik van PBM, aan
  • Houd de isolatiemaatregelen aan zoals beschreven in “Isolatie van een zieke cliënt op een kamer/appartement” 
  • Zodra de cliënt klinisch hersteld is, mag de (kamer) isolatie opgeheven worden
  • Reinig en desinfecteer de isolatiekamer bij het opheffen van de isolatie volgens werkinstructie “Eindreiniging en desinfectie van een isolatiekamer”

Maatregelen zieke niet-isoleerbare cliënt

Deze cliënten zijn in deze kleurcode niet aanwezig

Maatregelen (ex) zieke medewerker

  • Wanneer een medewerker ziek is en niet in staat is om te werken gaat deze naar huis
  • De medewerker blijft thuis totdat deze klinisch hersteld is
  • Wanneer de medewerker weer op de werkvloer is en nog hoest, draagt de medewerker permanent een chirurgisch mondneusmasker type IIR tot de hoestklachten over zijn. Indien gewenst mag ook een FFP1/FFP2 masker gedragen worden. 

Maatregelen consulterende medewerker

  • Consulterenden houden bij de geïsoleerde cliënten de omkleedprocedure aan zoals op de “Deurkaart isolatiekamer” van de kamer vermeld
  • De consulterende medewerker bezoekt eerst cliënten zonder symptomen en daarna pas de cliënten in isolatie
  • De consulterende medewerker mag bij aanhouden van deze maatregelen zijn/haar werkzaamheden op andere afdelingen/groepen zonder extra maatregelen voortzetten

Maatregelen voor bezoeker

  • Een geïsoleerde cliënt mag alleen bezoek op de eigen kamer ontvangen
  • Kinderen mogen, onder begeleiding, alléén komen als ze zich aan de gestelde regels voor bezoekers houden
  • Informatie voor bezoekers wordt op de deur van de afdeling gehangen. Zie bijlage “Info voor bezoekers code geel”
  • Het bezoek verlaat de instelling rechtstreeks (geen andere cliënten bezoeken).

Linnengoed

  • Sluit de waszak in de cliëntenkamer
  • Plaats de waszak direct in de hiervoor bestemde kar.

Serviesgoed

  • Plaats het serviesgoed van geïsoleerde cliënten direct in de hiervoor bestemde kar of in de vaatwasser
  • Pas na contact met dit serviesgoed handhygiëne toe.

Voeding aan- en afvoer

Geen extra maatregelen

Afval

  • Sluit de afvalzak in de cliëntenkamer
  • Plaats de afvalzak direct in de hiervoor bestemde kar.

Maatregelen bij overlijden

  • Na overlijden van een geïsoleerde cliënt mogen de isolatiemaatregelen opgeheven worden zodra de kamer gereinigd en gedesinfecteerd is volgens procedure “Eindreiniging en desinfectie van een isolatiekamer”.

Reiniging en desinfectie van een isolatiekamer

  • Reinig en desinfecteer een kamer van een zieke cliënt volgens werkinstructie: “Eindreiniging en desinfectie van een isolatiekamer” als op die dag de isolatie opgeheven kan worden
  • Alleen de schoonmaakmedewerker verwijdert de deurkaart van deze kamer als de eindreiniging en desinfectie voltooid is.

Reiniging & desinfectie voor opheffen code geel

  • Alle isolatiekamers hebben na het opheffen van de isolatie bij een cliënt en dus vóór het opheffen van code geel een eindreiniging en desinfectie ondergaan volgens de werkinstructie: “Eindreiniging en desinfectie van een isolatiekamer”
  • Er gelden geen extra maatregelen voor reiniging en desinfectie van algemene ruimten voor het opheffen van code geel.

Opheffen code geel

  • Code geel:
    • kan niet overgaan naar code grijs
    • gaat zodra de invultool dat aangeeft over in code oranje. Dan is het resultaat van de formule kleiner dan 1/3 en zijn er max 2 niet-isoleerbare zieke cliënten 
    • gaat zodra de invultool dat aangeeft over in code rood. Dan is het resultaat van de formule groter dan 1/3 en/of zijn er  meer dan 2
      niet-isoleerbare zieke cliënten 
    • wordt opgeheven als alle cliënten klinisch hersteld zijn.
      Let op; wanneer het aantal zieken afneemt, mag de kleurcode dus niet afgeschaald worden naar code grijs.